Parota (Guanacaste)

Botanische naam: Enterolobium cyclocarpum (Jaccq.) Griseb.

Familie: Leguminosae (Mimosoideae)

Nat. verspr. geb.: M.Amerika 

Vol. massa: 350-600 kg/m3

Andere namen: gouanacaste (USA, Guatemala); genizero (Costa Rica); tambaril, timbuva (Brazilië); tubroos (Br. Honduras); caraco, Juan coste mahogany (Venezuela); ajero, carito, campano (Columbia); cascabe sonaja, huanacaxtie, orejon, parota (Mexico)

Boomgegevens: Grote boom tot 30 m, met een takvrij stamstuk van 12 m, stamdiameter 180 cm. Bast en vruchten hebben een hoog tannine-gehalte. Bladeren en vruchten dienen als veevoeder.

Techn. gegevens: Spint en kern haast niet van elkaar te onderscheiden. Kernhout roodbruin, vaak moiré met donkere ondertoon. De donkere inhoudsstoffen in de vaten duidelijk waarneembaar. Het hout heeft een grove structuur en is niet gelijkmatig (grove nerf, licht tot matig kruisdradig). Bestand tegen schimmel- en insectenaantasting. Zeewaterbestendig. 
Het werkt licht tot matig. Laat zich goed kunstmatig drogen en is in het algemeen goed en licht te bewerken. Bij het bewerken van het hout kan een onaangename geur vrijkomen. 

Gebruik:
Blindhout bij de triplexfabrikage, boten en wagonbouw, meubels, constructiehout. Wordt als vervanger gebruikt voor mahonie en loofhoutceder.

Opmerking: Verspreiding: Komt in het bijzonder voor in Costa Rica, Nicaragua, Mexico en W-Ind. eilanden, doch ook in Colombia, Venezuela en Equador. In het tropische gedeelte (800+ m hoogte) van Z.Amerika komen verscheidene Enterolobium-soorten voor.

          

 



Bron: NEHOSOC